Het halster: zo zit het goed!

Wat hebben een halster en jouw rijlaarzen met elkaar gemeen? Je hebt ze allebei nodig op de manege. En nog iets – en dat is minstens net zo belangrijk:  ze moeten beiden perfect passen. Maar hoe weet je nu of een halster goed past?

Verschillende maten

Als je een halster gaat kopen, heb je de keuze uit veel verschillende maten. De meest gangbare maten zijn: veulen, Shetlander, pony, cob en full. Veulen en Shetlander spreken voor zich. ‘Pony’ is geschikt voor pony’s tot ongeveer 1,35 m. Vanaf 1,35m. tot ong. 1,60m. kies je een ‘cob’ en voor een groter paard een ‘full’. Natuurlijk zegt stokmaat niet altijd alles over het formaat van het hoofd, maar het is wel een leidraad.

Niet te klein

Het is belangrijk dat het halster niet te klein is. Een te klein halster kan schuur- en drukplekken veroorzaken. Het paard moet de ruimte hebben zijn kaken te bewegen, zodat hij ongehinderd kan eten, drinken en gapen.

Niet te groot

Een te groot halster kan gevaarlijk zijn; het paard kan ergens achter blijven haken.  Een handig trucje om te voelen of het halster niet te groot (of te klein!) is, is je vingers tussen het halster en het hoofd steken. Net als bij het hoofdstel, moet overal twee vingers ruimte zitten. Onder het keelstuk mag iets meer ruimte zitten, zodat het paard goed kan kauwen: twee à drie vingers.

De neusriem: niet te hoog, en niet te laag

En als je dan toch met je vingers aan het voelen bent: gebruik ze dan meteen even om te kijken of de neusriem op de juiste hoogte zit. Deze hoort ongeveer twee a drie vingers onder het jukbeen te zitten. Dit is het stevigste, minst gevoelige deel van de neus.  Als de neusriem op deze plek ligt, zal het halster goed blijven zitten, zonder het paard ergens te irriteren of – mocht er ineens veel druk op het halster komen te staan – hem onnodig pijn te doen.

Tekst: Suzanne Vlieger voor Manegeruiter

Foto: Istockphoto.com