Hoe rijd je een goede grote volte?

Het rijden van een grote volte lijkt een makkelijke oefening, maar het is soms nog best een uitdaging. Het is een van de eerste figuren die je leert als je gaat paardrijde en je altijd zal blijven gebruiken in de training. Bij manege de Paardenhof geeft Nikki Haverman les. Zij geeft je tips en tricks voor het rijden van de perfecte volte.

Wat is het voor oefening?

“Een volte is eigenlijk een cirkel. Het is een heel leuk figuur, want op den duur kun je ook uitbreiden. Een volte blijft leerzaam voor ruiters op alle niveaus.” Je rijdt bijvoorbeeld een volte bij A of C, waarbij je over de X rijdt. “Op de volte rijd je niet door de hoeken, want dan is de volte niet meer rond. Je moet goed kijken waar je heen wilt rijden en ervoor zorgen dat beide helften van de volte gelijk zijn. Dus als je bijvoorbeeld bij A een volte rijdt dan moet de helft tussen A en X gelijk zijn aan de helft van de volte tussen de X en de A. Je wilt dus op hetzelfde punt op de hoefslag komen als we de andere lange zijde van de hoefslag zijn gegaan. Dat betekent dat je blijft draaien. Nadat de volte klaar is, rijd je weer door de hoek om het verschil te laten zien.”

Hoe rijd je een grote volte?

“Om netjes een grote volte te rijden, beginnen we met het voorbereiden en kijken waar je naar toe gaat. Voordat je met de volte begint, doe je de binnenhand iets van de hals, hiermee geef je aan waar je naartoe wilt. De buitenteugel leg tegen de hals aan, zodat je voorkomt dat het paard over de buitenschouder wegloopt. Je binnenbeen leg je bij de singel. Hier gaat je paard omheen buigen en zo voorkom je dat de volte te klein wordt. Je buitenbeen leg je iets naar achteren. Hiermee voorkom je dat het paard uitzwaait met de acheterhand. Het is de bedoeling dat het paard uiteindelijk om je binnenbeen heen buigt en dezelfde lijn als de volte gaat lopen. Als je bijvoorbeeld een volte linksom doet dan heeft het paard linkerstelling en buiging nodig.”

Het nut van een volte

Voltes kun je zowel in de stap, draf als galop rijden. Het is een goede oefening om je paard sterker en soepeler te maken. Vaak werkt het ook goed om je paard nageefelijk te houden. “We rijden voltes om het paard los te werken aan het begin van de training. Je kunt op alle niveaus voltes rijden en zelf bepalen wat je wilt oefenen. Zo kun je werken aan de juiste stelling en buiging of zoals we bij ons in de beginnerslessen doen: het leren rijden van het figuur. Een grote volte rijd je bijvoorbeeld bij A of C of tussen E en B. Maar je kunt ook een volte van tien meter doen bij deze letters. Dat is een volte die de helft kleiner is dan een grote volte. Een kleine volte is vaak lastiger, omdat je meer stelling en buiging moet vragen van het paard. Het paard is dus nog meer gebogen om je been. Je kunt dus veel variëren.”

Valkuilen

“Ik zie vaak een paard dat in de volte niet voldoende stelling en buiging wil aannemen. Veel paarden hebben een voorkeurskant, net zoals wij ook meer rechts- of linkshandig zijn. Het paard wil de ene kant om dus gemakkelijker buigen dan de andere kant.” Vooral als je paard dus niet genoeg stelling en buiging heeft, wordt de volte niet rond. Je hebt dan het gevoel dat het figuur eivormig of zeshoekig wordt. “Het komt ook vaak voor dat de volte te groot of te klein gereden wordt. Je rijdt een te grote volte als je voorbij de X rijdt. Het probleem is vaak dat je het paard niet voldoende begrensd hebt aan de buitenteugel. Bij een te kleine volte kom je voor de X uit. Vaak wil het paard niet genoeg opzij voor je binnenbeen. Je kunt je binnenbeen eventueel wat meer aandrukken tegen het paard, zodat hij oplet en reageert.”

Tips

“Ga gewoon heel veel voltes rijden. Door het vaak te doen, krijg je meer ervaring en weet je beter hoe de afstanden werken. Blijf altijd kijken waar je naar toe gaat en dit doe je al voordat je gaat sturen. Je bent immers de oefening aan het voorbereiden. Denk eraan dat je netjes de juiste hulpen blijft geven, ook als het niet helemaal gaat zoals jij wilt. Dat kan gebeuren en is zeker niet erg. Als je op de volte bent, wil je absoluut niet aan de binnenteugel trekken. Hij doet dan alleen zijn hoofd naar binnen, maar zijn schouders gaan naar buiten. Hierdoor krijg je geen mooie ronde volte meer.” Rijd je met een zweepje? Wanneer het paard naar binnenvalt en weinig reageert op je binnenbeen, dan kun je met het zweepje de hulp wat duidelijker maken. Loopt je paard weg over de buitenschouder dan kun je het zweepje in je buitenhand houden, zodat je het paard beter kunt begrenzen. “Succes met oefenen!”

Tekst: Rianne de Bruin voor Manegeruiter

Foto: Sabine Timman (Hoefslag)

Foto is slechts ter illustratie