Zo herken je een gezond paard

Een blij paard wil iedereen, maar een blij paard betekent ook dat hij gezond is en goed in zijn vel zit. Het is belangrijk om te kunnen herkennen wat de kenmerken van een gezond paard zijn. Ontbreekt er een kenmerk of is er iets anders dan anders? Dan kan je paard ziek zijn of zich ongelukkig voelen.

Gedrag

Een gezond paard is alert en toch ontspannen. De ogen zijn glanzend en de binnenkant van het ooglid heeft een zalmroze kleur. Het paard heeft een zachte, rustige en vriendelijke oogopslag en je ziet geen afscheiding uit het oog komen. Het orenspel is levendig, ze staan niet constant naar achteren, maar reageren op geluiden en dingen in de omgeving. Bij een hevig orenspel kan er sprake van stress zijn. Als je paard de oren plat naar achteren heeft en misschien ook wel wil bijten, kan er sprake van pijn, angst of andere problemen. Negeer deze signalen dus niet!

Neusgaten

De neusgaten en mond zijn ontspannen. De neusgaten zijn niet wijd open en je ziet geen uitvloeiing. Als je paard uitvloeiing heeft kan hij verkouden zijn, of heeft hij een virus of bacterie opgelopen. Een ontspannen of slapend paard kan de onderlip helemaal laten hangen.

Glanzende vacht

De manen en vacht glanzen wanneer het paard gezond is. De vacht zegt ontzettend veel over de gezondheid van het paard. Als hij een doffe vacht heeft, kan er iets mis zijn. Ook gaat bij een gezond paard de wisseling van de vacht in de seizoenen zonder problemen. Als het paard moeilijk wisselt van vacht kan er ook een probleem zijn. Heb je wel eens ronde ‘vlekjes’ op de vacht van je paard gezien? Dit worden ook wel appeltjes genoemd en ook dat is een teken van een gezond paard.

Staart

Ook de staart van een gezond paard glanst. Hij beweegt zacht pendelend, hangt ontspannen en wordt recht gedragen. Het paard knijpt de staart niet tegen zijn billen en hangt hem ook niet scheef. Er zijn geen schuurplekken te zien bovenaan de staart.

Eten en drinken

Het paard drinkt voldoende en eet met smaak zijn voer op. Een slecht etend paard is een duidelijk teken dat er iets niet goed zit. Hij kan last van zijn gebit hebben of er zit iets anders dwars.

PAT-waarden

De Pols-, Ademhalings- en Temperatuurwaarden worden PAT-waarden genoemd. De normale waarden zijn: Pols: 28 tot 40 slagen per minuut. Ademhaling: 8 tot 14 keer per minuut Temperatuur: tussen de 37,5 en 38,2 graden Celsius. Het kan handig zijn om te weten wat de normale temperatuur van je paard is. Het ene paard heeft van zichzelf een lage temperatuur terwijl de ander iets hoger heeft. Door één of twee weken dagelijks de temperatuur van je paard te meten en dat te noteren kun je zien wat een normale temperatuur van je paard is. (In een zo normaal mogelijke situatie: verhuizing, wedstrijden, warmte of extreem koud weer kunnen de temperatuur beïnvloeden.)

Hoeven

Een gezond paard heeft gave hoeven, zonder ringen, groeven en scheuren. Over het algemeen brokkelen gezonde hoeven niet snel. In de zomer groeien hoeven sneller en door de droogte kunnen hoeven toch gaan brokkelen. Probeer ze dagelijks te voorzien van vocht om brokkelen te voorkomen.

Mest

De mest is bolvormig, glanzend en breekt als het op de grond valt. Het is niet zacht of dun. Dunne mest kan veroorzaakt worden door stress, wennen aan nieuw voedsel of een voller weiland. Maar als je paard ziek is kan hij ook dunne mest hebben, let dus goed op de poep van je paard. Het gezonde paard mest vaak tot wel 15 keer in 24 uur. De urine is troebel en donkergeel. Bloed in de urine kan problemen aangeven.

Lichaamsbouw

De ribben moet je wel kunnen voelen, maar niet kunnen zien. Kun je ribben zien, dan is het paard te mager. Kun je de ribben niet meer voelen, dan heeft het paard overgewicht. Ook is aan de hals te zien of je paard te dik is. Zie je overduidelijk vetribbels en is de hals hard, dan is er ook sprake van overgewicht. Dit zijn allemaal kenmerken die de gezondheid van een paard kunnen aangeven. Elk paard is natuurlijk anders en bepaalde omstandigheden kunnen invloed hebben op bovenstaande situaties. Het is belangrijk je paard goed te kennen en zijn gedrag en veranderingen in één van deze kenmerken goed in de gaten te houden. Als de mest wat dunner is of hij glanst iets minder in een seizoensverandering hoef je niet meteen in paniek te raken. Houd het totaalbeeld in de gaten om ergere problemen te voorkomen of bepaalde dingen voor te zijn. Bij twijfel kun je altijd je dierenarts inschakelen.

Tekst: Isa Vorkink

Bron: CAP

Foto: Pixabay