Even iets minder plezier in paardrijden?

Paardrijden is een hobby waar veel tijd in gaat zitten. Als je er plezier in hebt, is het natuurlijk geweldig. Maar wat als je steeds vaker met tegenzin naar stal gaat of je kijkt op tegen het trainen of de les? Opgeven is toch zeker geen optie!

Hoe kun je er dan weer plezier in krijgen?

Bijrijder

Heb je een eigen paard en wil je liever iets minder vaak naar stal gaan, is een bijrijder misschien een oplossing. Voordeel hiervan is wat meer vrije tijd en je paard krijgt toch genoeg beweging. Het is vrij normaal om hier een vergoeding voor te vragen, waardoor je het ook financieel iets gemakkelijker krijgt.

Rust

Even niet genoeg tijd, geld of motivatie? Gun jezelf en het paard wat rust en geef een weide-vakantie. Is het een paard waarbij gewicht en het grazen niet goed in de gaten gehouden hoeft te worden, kan dit een goede oplossing zijn. Dit kan ook goed werken als het paard gezondheid- of gedragsproblemen heeft gehad.

Andere stal

Dol op rijden in het bos, maar als je elke dag een drukke weg over moet steken om daar te komen, wordt je motivatie vanzelf minder. Ook als je vele maanden per jaar door de modder moet baggeren om bij het paard in de wei te komen, wordt het er niet leuker op. Kijk dan eens uit naar een andere stal die beter bij jouw wensen past.

Passend paard

Een paard dat iedere dag beweging nodig heeft, kan ervoor zorgen dat jouw hobby als een zware, grote taak aanvoelt. Het zou niet moeten aanvoelen als een taak. Als het paard niet bij jouw manier van leven past, moet je misschien eens op zoek gaan naar een paard dat niet elke dag een zadel opgelegd hoeft te krijgen.

Goede begeleiding

Een andere kijk en een nieuwe aanpak is soms alles wat je nodig hebt. Als je vastgeroest zit in een bepaalde manier van trainen, kun je er geen plezier meer aan beleven. Wissel wat meer af of zoek een andere trainer. Ga eens meer buiten rijden of train juist vaker in de bak. Ben je een dressuurruiter, waag dan eens een sprongetje.

Bron: Horse and Hound / Hoefslag

Foto: M. Rongen-Bosch