Het dialect van een paardenmens

Paardenmensen zijn zó apart dat ze een eigen taaltje hebben. Nog aparter is dat de taal van een paardenmens, totaal anders is dan ‘normaal’ Nederlands al lijkt het of er over hetzelfde wordt gepraat.

Natuurlijk is dit geen probleem op stal met alleen maar gelijkdenkenden om je heen. Iets minder handig is het als niet-paardenmensen in je omgeving weer eens verbaasd kijken als je praat over jouw ‘lieve vriend’ en alles wat daarbij hoort.

Dialect van paardenmensen

Paardenmensen spreken een bijzonder dialect waardoor best wat verwarring kan ontstaan. Om iets van dit ‘communicatieprobleem’ tussen mens en paardenmens te verhelpen, geven we voorbeelden van alledaagse woorden en zinnen. Deze betekenen iets anders in de oren van een paardenliefhebber maar zo hoeft niemand meer in de war te raken.

Fris

In mensentaal: lekker schoon, gedoucht en er is een goede basishygiëne.

In paardenmensentaal: Een veelgebruikte omschrijving voor een paard dat even niet zo heel veel zin heeft om zich te gedragen op dat moment en bovendien veel energie heeft.

Deken

In mensentaal: beddengoed.

In paardenmensentaal: een peperduur ‘jasje’ om je paard droog, warm of vliegvrij te houden. Het gaat vaak niet lang mee, omdat het de drager altijd weer lukt die deken op mysterieuze wijze naar de filistijnen te helpen. En niet te vergeten: een telkens terugkerend probleem, omdat je niet weet welke deken het paard dan moet dragen.

Zitten blijven!

In mensentaal: een manier om iemand te bevelen op een plek te blijven zitten maar meestal betreft dit op een meubelstuk, zoals een stoel of bank.

In paardenmensentaal: een aanmoediging om met je achterste in het zadel te blijven zitten in plaats van hiermee in het zand te belanden.

Gezonde muesli

In mensentaal: een voedzaam en lekker ontbijt.

In paardenmensentaal: kleurrijk, voedzaam en smakelijk uitziende krachtvoeding voor de liefde van je leven.

Singel

In mensentaal: stadsgracht (overblijfsel van verdedigingsgracht van vestingstad).

In paardenmensentaal: een buikriem voor het paard, waarmee wordt voorkomen dat het zadel (en jij) naast het paard belandt in plaats van erop te blijven.

Pepermuntje

In mensentaal: iets lekkers, snoepje met een prettige zoete, muntsmaak.

In paardenmensentaal: een traktatie voor het paard. Omkopingsmiddel, trucjes leren.

Auto

In mensentaal: voertuig met vier wielen om iemand van punt A naar punt B te brengen.

In paardenmensentaal: een vierwielige opslagplaats voor dekjes, dekens, zadels en heel veel andere paardenspullen.

Kruiwagen

In mensentaal: handig hulpmiddel voor in de tuin en bij bouwkundige werkzaamheden.

In paardenmensentaal: waar je de mest mee van stal naar de mesthoop brengt.

Leve het weekend!

In mensentaal: zaterdag en zondag, vrije dagen.

In paardenmensentaal: voorbereidingen en om 06:00 uur ’s ochtends klaarstaan om op wedstrijd te gaan.

Het avondeten

In mensentaal: warme, gevarieerde maaltijd aan het einde van een dag.

In paardenmensentaal: bijna alles wat er snel in de keukenkastjes te vinden is als je laat op de avond eindelijk thuiskomt van stal.

Op een paard rijden

In mensentaal: iets voor luie mensen. Het is geen sport want het paard doet toch al het werk?

In paardenmensentaal: sport waarmee jouw uithoudingsvermogen, geduld en doorzettingsvermogen vaak op de proef wordt gesteld. Een combinatie van geestelijke en lichamelijke inspanning. Samenwerken op hoog niveau met een dier van zo’n 700 kg met ook nog eens een sterke eigen wil.

Bron: Horse and Rider / Hoefslag

Foto: iStock