Cross verkennen met Caresse Kolkman

Tijdens een eventingwedstrijd rijd je een dressuurproef, een springparcours en een cross. Je krijgt tijdens zo’n wedstrijd de gelegenheid om de cross te verkennen. Maar hoe verken je zo’n cross nou eigenlijk? Caresse Kolkman (15) deed in 2019 mee aan het EK eventing voor junioren. Ze neemt ons mee tijdens het verkennen van een cross en deelt haar tips en tricks.

Caresse Kolkman

Caresse is een actieve en fanatieke eventingruiter. “Ik heb op het moment vier sportpaarden waarmee ik spring en eventing rij. Ik zit nu in 4 havo op het en wil uiteindelijk rechten studeren. Mijn doelen voor dit jaar zijn om het EK in Zweden te rijden, een overstap te maken naar de 3* en de andere paarden goed klaar te hebben voor de 2* dit jaar. Mijn uiteindelijke doel is natuurlijk zo succesvol mogelijk worden en meedoen met de Olympische Spelen en Wereldkampioenschappen.” In 2019 deed Caresse mee aan het EK eventing voor junioren. “Ik reed het EK met Diamant, een heel bijzonder paard. Diamant is door mijn ouders gefokt toen we nog een stoeterij hadden.”

Parcours kennen

“Als ik een cross ga verkennen loop of fiets ik deze vaak minimaal twee keer, zodat ik het parcours echt goed in mijn hoofd heb. Ook zorg ik ervoor dat ik weet waar ik de minuutpunten en het punt van ophouding ga plaatsen. Bij de wedstrijden stap ik het aantal galopsprongen uit en kijk ik of ik iets rustiger of juist met meer galop de combinatie in moet komen.”

Alleen of samen

Caresse verkent een cross het liefst een keer samen met iemand anders, maar ook een keer alleen. “Bij een nationale cross loop ik de cross vaak eerst met mijn moeder en fiets ik de cross eventueel nog snel na, zodat ik alles 100% zeker weet. Bij de internationale wedstrijden lopen we het parcours gezamenlijk met het team en de bondscoach die daar dan aanwezig zij. Daarna vraag ik de bondscoach om de cross nog met mij individueel door te nemen en te lopen zodat er meer focus ligt op mijn paarden, want elk paard is natuurlijk anders en heeft een andere galop en sprong. Als dan de crossdag is aangebroken fiets ik de cross voordat ik moet starten nog een laatste keer alleen door in alle concentratie, zodat ik overal zeker van ben en met een plan uit de startbox vertrek!”

Meerdere crossen

Het komt regelmatig voor dat Caresse met meerdere paarden moet crossen op verschillende niveau’s. “Wanneer ik met meerdere paarden in verschillende klassen start loop ik elke cross meerdere keren, vraag ik of ze een plattegrond van de cross hebben en maak ik eventueel foto’s van de hindernissen. Hierdoor kan ik vlak voordat ik bijvoorbeeld een ‘M-crosspaard’ opzadel, de cross nog doornemen zodat ik alle focus op dat parcours heb en niet bij bijvoorbeeld de L-cross.”

Blunders

Maar ook Caresse maakt wel eens een fout. Ze vertelt lachend: “Ik was naar België afgereisd met een paard om de laatste M-punten binnen te halen, zodat ik de 2* (Z) mocht starten. Maar ik was er zelf niet helemaal bij met mijn hoofd en er was een watersprong dat voor de M en Z hetzelfde was. Het enige verschil was dat de vlaggen na de Z-cross anders neergezet waren dan voor de M en toen sprong ik via de Z-kant naar beneden in plaats van de M-kant. Geen punten dus.”

Moeilijke hindernis

Ieder eventingpaard heeft wel een hindernis die hij net wat lastiger vindt dan de andere hindernissen. Zo ook de paarden van Caresse: “Ik heb met twee paarden de meeste moeite met een trakehner/coffin de laatste tijd. Ik oefen deze hindernissen veel op verschillende hoogtes om het toch te blijven doen en er geen angst voor te ontwikkelen.” Voor andere eventingruiters heeft Caresse nog een tip: “Blijf bij je eigen plan en laat je niet bang of gek maken door anderen!”

Tekst: Lydia Hagen voor Manegeruiter

Foto’s: Caresse Kolkman (privebezit)