Een overgang terug rijden, maar hoe dan?

Wanneer je gaat galopperen zul je uiteindelijk ook weer een overgang terug naar draf moeten maken. Hetzelfde geldt voor de overgang van draf naar stap. In de proefjes krijg je er ook geregeld mee te maken. Maar een overgang terug rijden kan nog best lastig zijn, hoe doe je dat zonder aan de teugels te trekken? “Het is ontzettend belangrijk om het te oefenen en het veel te blijven doen”, volgens instructrice Daniëlle Meijer van manege Paardenhof.

Goed aan de hulpen

Overgangen zijn de basis van de rijkunst, maar hoe maak je een vloeiende, progressieve overgang terug? Een progressieve overgang wil zeggen dat je trapsgewijs van gang tot gang laat zien. Dus van galop naar draf en van draf naar stap. Je slaat geen gang over, zoals je doet als je van galop naar stap gaat. Maar wat is het nut van overgangen rijden? Daniëlle: “Het is een nuttige oefening om te leren voorbereiden en te voelen. Niet alleen gaat het paard meer op jou letten, hij wordt meer aan het been en is gehoorzamer. Je weet als ruiter dan ook hoe vroeg je moet beginnen met voorbereiden voor de overgang terug. Dat hangt natuurlijk ook af van hoe goed je paard aan de hulpen is. Zeker voor kleine kinderen kan het wat lastig zijn, omdat ze soms wat minder te zeggen hebben. Maar dat betekent niet dat je maar aan de teugels moet gaan trekken en niet hoeft voor te bereiden. Voorbereiding is juist zo belangrijk. Door aan de teugels te trekken werk je je paard tegen in de bewegingen die hij moet kunnen maken.”

Voorbereiding

“Je moet gedoseerde hulpen met gevoel geven. Voel als ruiter wat er gebeurt en wat er nodig is. Bij het ene paard zal je echt wel wat duidelijker en strenger met de hulpen moeten zijn dan bij een paard dat heel goed aan de hulpen is. Een overgang mag niet abrupt zijn, dus overval je paard niet met je hulpen. Hoe moeilijker de overgang is hoe meer voorbereiding het vergt. Begin niet meteen met de overgang galop naar stap als je nog niet een goede overgang van galop naar draf kunt maken. Begin klein met je hulpen en op tijd. Als je bij draf pas twintig begint met voorbereiden en de hulpen dan ben je niet bij pas eenentwintig in stap. Hetzelfde geldt voor galop naar draf. Een paard hoeft geen slidingstop te doen en je hebt de tijd in de proefjes. Als het paard opeens terug moet komen, dan valt hij op zijn neus en raakt hij uit balans. Wij kunnen toch ook niet blijven stilstaan als we opeen stoppen? Dan zetten we ook nog een stap naar voren voor onze balans. Geef je paard de kans om te reageren op de hulpen en zijn balans te bewaren.”

Oefeningen in de les

“Ik oefenen vaak overgangen door de ruiters te laten tellen. Bijvoorbeeld 20 stappen draf en dan moet je stappen. Daar komt voorbereiding ook weer bij kijken. Soms doen we in de les ook wel tussen twee balken stappen en dan tellen. Dan gaan we of verruimen in de gang zelf of overgangen maken. Zo leren ze gevoel krijgen voor kortere en grote stappen, ruimer en kleiner, langzamer en sneller. Maak het leuk door af te wisselen, dus niet telkens 20 stappen draf en 10 stappen pas. Maar doe eens 24 stappen draf, dan 15 passen draf en daarna 30. Dan leren ze goed voelen en voorbereiden. Bij ons op de manege wisselen we per week het thema af. Zo komt western rijden ook aan de beurt. Dan laat ik ze ook wel overgangen maken door echt te rijden met de zit en de teugel lang te laten.”

Ontspannen

“Het belangrijkste tijdens de overgangen is ontspannen blijven zitten. Blijf ademhalen, adem goed uit en duw je stuitje in het zadel. Vaak als je zegt maak je lang en zwaar dan gaan ruiters heel gespannen op het paard zitten. Dat werkt averechts. Het is belangrijk om juist ontspannen in het zadel te zitten, zodat je niet gaat stuiteren, achterover zitten of je eigen balans aan de teugels behoudt en onbewust gaat trekken. Je moet voelen wat je doet en je paard niet in de weg zitten. Niet aan de teugels trekken, maar ophoudingen geven. Dus je hand sluiten en beginnen met kleine hulpen. Als je paard daar niet op reageert of geen respect voor heeft, dan kun je altijd nog wel een grotere hulp geven.”

Tips

Voorbereiding is de sleutel tot een succesvolle overgang. Maak veel overgangen op beide kanten en tel daarbij de passen. Maar het allerbelangrijkste blijft toch wel ontspannen blijven zitten en ademhalen, want je wilt je paard echt niet in de weg zitten. Geef ook geen twee hulpen tegelijkertijd. Als je gaat drijven en ‘trekken’, dan snapt je paard het niet en gebeurt er niks. Maak het logisch voor je paard. Ga veel oefenen en begin met kleine stapjes, dan gaat het vanzelf beter.”

Tekst: Rianne de Bruin voor Manegeruiter

Foto: Sabine Timman (Hoefslag)

Foto is slechts ter illustratie