Mijn paard heeft verlatingsangst, wat nu?

Paarden zijn kuddedieren: ze voelen zich veiliger wanneer ze een kudde om zich heen hebben. Hierdoor kunnen paarden al snel last krijgen van verlatingsangst. Wanneer je je paard uit de wei haalt, wil hij bijvoorbeeld veel liever bij de kudde blijven. Wat kan je hier tegen doen?

Vluchtdieren

Naast dat paarden kuddedieren zijn, zijn het ook vluchtdieren. Een paard is daarom altijd op zijn hoede. In het wild kan er namelijk altijd een roofdier tevoorschijn komen. Als mens besef je dit misschien niet, omdat het er voor ons allemaal heel veilig uitziet. Een paard voelt zich hierdoor veiliger in een kudde, omdat een roofdier dan sneller opgemerkt kan worden. Als een paard alleen is moet hij continu opletten en heeft hij geen andere paarden om zich heen die hierbij helpen. Als je dit weet, begrijp je als mens de verlatingsangst van je paard al beter.

Vertrouwen

Wanneer je een paard meeneemt uit de kudde en je merkt dat het paard dit eng vindt, is dit eigenlijk een kwestie van onvoldoende vertrouwen. Het paard denkt namelijk dat jij hem niet veilig kan houden. Het is dan dus belangrijk om vertrouwen op te bouwen. Ga eens iets anders doen dan rijden, waardoor het paard jou moet leren vertrouwen. Als je paard weet dat hij veilig is bij jou, zal hij ook minder bang zijn zonder de kudde.

Onderdeel van de kudde

Daarnaast moet je ervoor zorgen dat je onderdeel wordt van de kudde. Zorg dat je wat vaker aanwezig bent bij je paard in de kudde. De kudde is natuurlijk de vertrouwde omgeving van je paard, daar voelt hij zich veilig. Ga daar vanuit stapje voor stapje richting de uitgang van de wei, de wei uit en naar een ander terrein. Neem je paard dus niet meteen mee naar de andere kant van het terrein, maar bouw dit op. Dit kan betekenen dat je een tijd niet kan rijden, maar hierdoor krijg je wel een paard die jou vertrouwd.

Achterblijver

Andersom kan een paard ook bang zijn: wanneer hij alleen achterblijft in de weide (of stal) zonder zijn kudde. Dit kan je gelukkig ook trainen. Hiervoor heb je idealiter een ander persoon nodig, zodat jullie allebei een paard kunnen vasthouden. Je haalt dan het ene paard uit de wei/stal en kijkt tot waar het ‘achtergebleven’ paard dit nog oké vindt. Als dit paard onrustig wordt heb je zijn grens bereikt. Ga niet over zijn grens heen, maar wacht tot het paard weer rustig wordt. Beloon het paard dan ook met een aai of wat voer. Daarna kan je weer een stapje verder gaan.

Buiten veilige omgeving

Sommige paarden krijgen pas last van verlatingsangst als ze uit hun veilige omgeving moeten, bijvoorbeeld tijdens een wedstrijd of buitenrit. Zo’n paard vertrouwt vooral op het terrein en moet dus leren om op zijn ruiter te vertrouwen. Ook dan is het belangrijk om alles stapje voor stapje te doen, dus de grens steeds verder op te rekken. Dwing je paard niet direct om op een nieuw terrein te komen, maar laat het paard steeds iets dichterbij komen. Voor iedere stap die het paard vooruit zet, mag hij drie stapjes terug doen. Zo bouw je het vertrouwen van het paard langzaam op en kan het paard op een natuurlijke manier het terrein onderzoeken. Beloon ook hierbij het paard voor ieder stapje.

Geen druk

Leg vooral geen druk op je paard. Hoe meer druk je op het paard legt, hoe meer tegendruk van het paard je kan verwachten. Als je geen druk op je paard legt, kan hij ook nergens tegenaan duwen. Heb dus geen verwachtingen, maar wacht gewoon af wat het paard doet en durft. Een paard heeft dan ook geen reden om in paniek te raken. Uiteindelijk zal je paard toch nieuwsgierig worden en een stapje vooruit doen. Wanneer je dit beloond krijgt het paard vanzelf steeds meer vertrouwen en zal hij denken: Ik ben niet dood gegaan en heb nog iets lekkers gekregen ook!

Bron: Amable Paard en Inzicht

Foto’s: Pixabay