Schouderbinnenwaarts: hoe doe je dat?

Bij manege Knollegruun in Schoonloo (Drenthe) wordt zeven dagen per week lesgegeven op 55 manegepaarden en -pony’s. Uiteraard wordt dan ook schouderbinnenwaarts behandeld. Maar wat is schouderbinnenwaarts, hoe doe je het, en waarom is het een nuttige oefening?

Wat is schouderbinnenwaarts?

“Bij schouderbinnenwaarts loopt het paard in een voorwaartse zijgang, waarbij het lichaam van nek tot staart in de lengte naar binnen gebogen is,” legt instructrice Randy van Zwol uit. Randy zegt dat rijden van schouderbinnenwaarts vooral belangrijk is om je paard recht te richten. “Je geeft daarmee tegengas aan de natuurlijke scheefheid.”

Twee hoefslagen, drie sporen

“Deze zijgang rijd je op twee hoefslagen en drie sporen. Het binnenvoorbeen loopt op het derde spoor, op de binnnenhoefslag. Het buitenvoorbeen en binnenachterbeen  lopen op ‘spoor 2’ op de hoefslag . Het buitenachterbeen komt op ‘spoor 1’, ook op de hoefslag.”

 

 

Beetje gevorderd

Randy: “Je moet wel al een beetje gevorderd zijn om schouderbinnenwaarts te kunnen rijden. Meestal leren we dit aan tieners die al wat ervaring hebben. We proberen spelenderwijs aan te leren dat je het paard met schouderbinnenwaarts soepeler en losser maakt. Bovendien is het ook een leuke afwisseling, want de meeste kinderen willen natuurlijk het liefst zo veel mogelijk galopperen en springen. Maar dat kan niet altijd.”

Hoe doe je het?

Net als voor alle andere dressuuroefeningen, gebruik je voor schouderbinnenwaarts gewichtshulpen, beenhulpen en teugelhulpen. Welke dat precies zijn, legt Randy hieronder uit:

Gewichtshulpen

“Plaats je binnenheup naar vóór, richting de binnenschouder van je paard. Je zit meer op je binnenzitbeenknobbel. Je richt jezelf op, houdt je schouders laag en draait je schouders richting het binnenoor van je paard. Let erop dat je niet inknikt aan de binnenzijde en niet wegvalt over de buitenkant.”

Beenhulpen

“Je houdt je binnenbeen op de singel en drijft wanneer het binnenachterbeen is opgetild. Zo kun je met je binnenbeen het binnenachterbeen van je paard naar binnen-voor vragen en meer laten ondertreden. Je binnenbeen is het been waar het paard omheen buigt voor de lengtebuiging, en zorgt ervoor dat je paard zijn gewicht niet op zijn binnenschouder laat vallen. Let erop dat je je binnenbeen echt óp de singel legt, en niet achter de singel. Als je je binnenbeen te ver teruglegt, krijg je namelijk geen lengtebuiging. Dit is de meest gemaakte fout bij schouderbinnenwaarts. Je buitenbeen ligt wél een handbreedte terug en onderhoudt de lengtebuiging. Je bovenbenen laat je mooi afhangen. Je knieën zakken ontspannen naar beneden.”

Teugelhulpen

“De binnenteugel houd je van de hals af, die vraagt stelling in het nek- en kaakgewricht. De buitenteugel ligt tegen de hals en onderhoudt de lengte in de lengtebuiging en de hoogte van hoofd en hals van je paard. Dit is tevens de begrenzende teugel die helpt het paard op de hoefslag te houden. Beide handen houd je ontspannen laag langs de schoft van je paard, waarbij je binnenhand iets naar binnen mag komen. Denk erom dat je je binnenhand niet optilt of naar je toe trekt, dan krijg je taktfouten.”

Tekst: Robert Hüsken en Suzanne Vlieger-Admiraal voor Manegeruiter

Foto: Wilma Alleblas (Hoefslag)

Foto is slechts ter illustratie, deze is niet genomen bij Manege Knollegruun