Knabstrupper, het paard van Pippi Langkous

De Knabstrupper bestaat al meer dan 200 jaar. Tegenwoordig wordt de populariteit van het ras nog steeds groter, maar dat is niet altijd zo geweest. ‘Flaebehoppen’ was rond 1800 de moeder van de Knabstrupper die we nu kennen. Door deze gestippelde Iberische merrie te kruisen met een Fredericksborger hengst ontstond de eerste Knabstrupper hengst. Alle Knabstruppers die er bestaan stammen dus af van deze merrie die 200 jaar geleden gekocht werd door Flaebe uit Denemarken. Vandaar dus ook de naam van deze merrie (‘Flaebehoppen’ betekent ‘paard van Fleabe’ in het Deens).

Héél lang geleden gebruikten Deense officieren Knabstruppers veel tijdens de oorlog (bijvoorbeeld van 1848-1850 bij de Schleswig-oorlog) maar jammer genoeg waren ze door hun opvallende kleur te goed zichtbaar voor de vijand.

Tegenwoordig bestaan er twee ‘soorten’. Het barokke ras, zoals wij de Knabstruppers kennen (paardenrassen waarmee men hogeschoolrijden doet zoals dat in de barok-tijd beoefend werd aan de Europese hofrijscholen, zoals de lippizaner, de andalusiër, de lusitano, de knapstrupper, de kladruber, de frederiksborger en de berber) en het modernere, meer als rijpaard gefokte ras. Ze zijn vaak gestippeld en worden hierdoor soms verward met de Appaloosa maar er zijn ook ongespikkelde Knabstruppers.

Makkelijk paard

Omdat ze vroeger niet veel in stallen werden gezet, maar meestal buiten werden gelaten, verklaart dit waarschijnlijk hun kracht. Ze waren ook nooit gemeen en hadden, áls ze al eens op stal stonden, nooit ondeugden zoals kribbebijten en luchtzuigen. De Knabstruppers zijn niet erg temperamentvol en meestal makkelijk in de omgang. Het zijn slimme en meegaande paarden. Ook hebben ze een groot uithoudingsvermogen en willen graag voor je werken. De Knabstruppers werden en worden nog steeds erg oud.

Een bekende Knabstrupper was het paard van Pippi Langkous. Dit is de naam van een jeugdroman, en van de hoofdpersoon daarin, van de Zweedse schrijfster Astrid Lindgren en ook de naam van de televisieserie, films, tekenfilmserie en musical. Het paard werd Kleine Witje genoemd en was een ruin.

Informatie over ‘Kleine Witje’: geboren in 1961 en vermoedelijk overleden in 1986. Stokmaat 1.54m, afstamming: Negresco 344 x Arabella 5800.  Fokker: Florence Stephens, Huseby (Zweden).

25 Jaar

Hoe waren de laatste jaren van Kleine Witje?
Er kwam geen carrière voor hem omdat hij buiten de opnames manegepaard was. In de jaren zeventig verhuisde hij nog naar een andere manege in het plaatsje Angarn. Hier stond hij ook bekend als braaf, aardig en goed geschoold. In Vallentuna bracht hij zijn oude dag door en overleed daar op ongeveer 25-jarige leeftijd.

Tegenwoordig wordt de Knabstrupper vaak gebruikt als rij- en menpaard, is door zijn gestippelde vacht erg gewild in het circus én te bewonderen in showklassen bij evenementen in de fokkerij (er wordt door zijn aparte kleur veel mee gefokt).

Bron: knabstrupperforening/Wikipedia

Foto: Istock