Meedoen aan wedstrijd: waarom en hoe?

Je hebt uitgekeken naar de wedstrijddag, maar als het eenmaal zover is, vraag je je af waarom je op het idee kwam om mee te doen. Misschien komen de volgende vragen jou ook wel bekend voor.

Waarom en hoe?

  • Ik slaap net, waarom gaat de wekker nu al af?
  • Waarom doe ik een sport waarbij ik zo vroeg moet opstaan?
  • Ik ben te nerveus om te ontbijten, dus dat sla ik over.
  • Hoe komt mijn paard zo vies? Ik heb gisteren uren besteed aan wassen en borstelen.
  • Wat is er met de knotjes gebeurd vannacht, de helft is eruit!
  • Als we nu vertrekken, komen we niet te laat (als er geen file is).
  • Die sokken waren eerst wit, toch?
  • Ben ik de enige die zijn paard niet nageeflijk krijgt met inrijden?
  • Waarom kijkt dat meisje op die schimmel zo naar ons?  Doen we iets dat misschien besmettelijk is?
  • Moet ik al starten, of is er nog iemand voor me? Ik heb niet goed opgelet wie voor me moest.
  • Eenmaal tussen de witte hekjes lijk ik alles te vergeten wat ik ooit geleerd heb. Dit gaat niks worden.
  • Ik ken de proef uit mijn hoofd maar hoop dat mijn voorlezer zich niet vergist.
  • Waarom zijn de naastgelegen springvelden zo beangstigend?
  • Misschien kan ik mij beter afmelden voordat we de ring in moeten? Hoop niet dat ik moet braken.
  • Dit zou ontspanning moeten zijn, maar ik ben één brok spanning.
  • Ik hoop dat mijn paard zich nu eens gedraagt en niet bang is voor de hekjes, bloemen en juryhokjes.
  • Dat ging niet zo goed, hopelijk keek de jury net even de andere kant op.
  • Barrage rijden is niet belangrijk, ik ben over de hindernissen heen. Oké, ver buiten de tijd, maar dat is het minst belangrijke.
  • Halthouden, afgroeten, het zit er gelukkig weer op. Zo slecht was het toch ook weer niet?
  • Waar is de hamburgertent, ik ben uitgehongerd!
  • Het zit erop, eigenlijk viel het best mee.
  • Yes, volgende week is er weer wedstrijd!

Bron: H&H

Foto: pixabayidunlop