Op latere leeftijd (leren) paardrijden

Herkenbare dingen die alleen gelden voor mensen die op latere leeftijd zijn gaan paardrijden. We werden tenslotte niet allemaal ‘in het zadel geboren’.

Vaak moesten er gewacht worden tot het leven wat rustiger werd en kinderen het huis uit waren voordat er echt aan paardrijden gedacht kon worden. Als je inderdaad wat later op dat punt bent gekomen, kun je het volgende verwachten …

Herkenbaar?

  1. Je instructeur (in jouw ogen een ‘kind’) besteedt geduldige uren aan het proberen om je goed te laten opstijgen. Haar vrolijke gezang van ‘een, twee … hupsakee!’ is met alle goede bedoelingen, maar in werkelijkheid lijkt het hupsakee niet meer zo goed te werken. Je kunt je voet in de stijgbeugel krijgen (met beide handen), maar je linkerknie is zo verontwaardigd om voor het eerst in jaren jouw volledige gewicht te dragen dat het ‘een, twee’ verandert in iets dat meer lijkt op ‘een, twee … glij, klauter, aaargh … plof’.
  2. Na twee maanden van pijn krijgt eindelijk iemand medelijden met je en vertelt je over een gewatteerde rijbroek. Het liefst zou je die persoon dankbaar en snikkend om de hals vliegen (helaas nu met corona geen optie!).
  3. Je kunt echt niet geloven dat het mogelijk is dat mensen hun heupen in die positie kunnen buigen. Je ontdekt spieren waarvan je het bestaan ​​nooit had vermoed, en ze doen echt allemaal pijn! De instructeur (jong, slank en atletisch) geeft instructies zoals ‘Zet gewoon wat meer gewicht op je knieën’, ​​alsof het allemaal zo gemakkelijk is. Bovendien is er nog het risico dat je een paar dagen daarna mank loopt.
  4. Je bent van streek omdat je als kind niet bent gaan rijden en daardoor alle leuke ruitersportuitrusting hebt gemist. Daarom koop je voor jezelf een speciale trui met een eenhoorn erop. Het maakt niet meer uit wat mensen denken of zeggen.
  5. Elke rit van meer dan twee uur wordt zorgvuldig onderzocht op ‘geschiktheid’, dat wil zeggen of er goede plekken zijn voor nood-/sanitaire stops.
  6. Als iemand zijn zweep of handschoen laat vallen óf het is echt jouw beurt om het hek te openen, doe je net alsof je problemen hebt met je paard. Mooi excuus voor het geval iemand je vraagt ​​om af te stappen en weer in het zadel te klimmen.
  7. Koude donkere ochtenden, vuile vingernagels, (rij)kleding bedekt met hooi, permanent koude voeten, geen geld … Maar eerlijk gezegd, de enige spijt die je hebt, is dat je niet al jaren geleden met paardrijden bent begonnen.

Bron: H&H

Foto: archief