Risico boterbloemen

Boterbloemen: lang niet zo gevaarlijk als Jacobskruiskruid, maar lijken net zo onuitroeibaar. Diergeneeskundige gifdeskundigen uit de Verenigde Staten onderzochten het risico van boterbloemen.

Paardeneigenaren maken zich namelijk zorgen over deze gele bloemetjes in hun weides.

Soorten

Er bestaan tientallen soorten boterbloemen. Omdat ze een scherpe smaak hebben, zullen paarden er maar zelden van eten.

Boterbloemen bevatten de stof ranunculine. Bij vermaling, bijvoorbeeld als een paard op de vezels kauwt, wordt deze stof omgezet in een giftige stof: protoanemonine. Die stof veroorzaakt blaren op de huid, in de mond en het maag-darm-kanaal.
Er wordt vanuit gegaan dat de giftigheid sterk afneemt als boterbloemen zijn gedroogd, bijvoorbeeld in hooi.

Gevoelig

Paarden zijn van alle grazers het meest gevoelig voor boterbloemen. Het eten ervan kan zorgen voor blaren, kwijlen, mond- en maagzweren, koliek in diarree.  Omdat de smaak zo sterk is, zullen ze er dus niet zo snel van eten. Anders is het wanneer de weide zo kaal is, dat ze geen andere keuze hebben. Als het paard op een dergelijke weide staat, bijvoorbeeld omdat hij hoefbevangen is, is het ook beter dat het ook geen boterbloemen kan eten.

Voorkomen

Voor het bestrijden van boterbloemen is het nu al een beetje laat, maar er kan wel voorkomen worden dat de plant zich het komende seizoen massaal verspreidt. Dat kan door ervoor te zorgen dat het weiland geen of weinig kale plekken heeft. Dat is overigens ook nuttig bij het tegengaan van de verspreiding van het giftige Jacobskruiskruid.

Aangeraden wordt ook om in september de wei met kunstmest te bemesten.

Bron: TheHorse

Foto: Digishots