Zo komen paard en ruiter de winter door

De winter komt eraan. Dat betekent warme chocolademelk, dikke truien en natuurlijk kerst. Maar in de realiteit is de winter voor paardeneigenaren wat minder rooskleurig: het is vroeg donker, je hebt bevroren tenen en minder motivatie om naar je paard toe te gaan. Ook voor je paard kan het koude weer niet ideaal zijn, vooral als hij dag en nacht buiten staat. Daarom een aantal winterse tips voor paard en ruiter.

Bevroren water

Paarden die 24/7 buiten staan en vorst; een moeilijke combinatie. Eén van de problemen die kan optreden is bevroren waterbakken. Paarden drinken gemiddeld 45 liter water op een dag, dus het is belangrijk om dit in de gaten te houden. Dé oplossing voor dit probleem bestaat niet, maar er zijn wel een aantal dingen die je er tegen kan doen, die makkelijk en goedkoop zijn. Om de waterbakken ijsvrij te houden kan je een (drijvend) balletje in het water doen. Daardoor blijft het water in beweging en zal het minder snel bevriezen. Ook kan je het water verwarmen. Zorg er dan voor dat de waterbakken niet in de schaduw staan of zet de bakken op een laagje mest. Mest produceert namelijk warmte.

Winterdekens

Veel mensen kiezen ervoor om hun paard te scheren tijdens de winter. Dit is prettiger voor paarden die ook dan nog erg actief zijn. Als een geschoren paard op de wei staat kan je deze een deken opdoen. Bij vorst kan je een dikkere winterdeken gebruiken, van zo’n 300 tot 400 gram. Je kan er ook voor kiezen om twee dunnere dekens op te doen, dat houdt de warmte beter vast. Paarden die niet zijn geschoren hoeven in principe geen deken op. Hun wintervacht beschermt hen tegen de kou. Als je zo’n paard wel een deken opdoet, druk je de haren plat en zal de vacht geen warmte meer bieden. Natuurlijk is ieder paard anders, het ene paard heeft het bijvoorbeeld sneller koud dan het andere paard. Daarom is er geen duidelijke richtlijn voor het dragen van dekens en zal iedereen dat zelf moeten bepalen.

Opwarmen en afkoelen van de spieren

Paardrijden in de sneeuw is natuurlijk heel leuk en sprookjesachtig. Begin wel met een uitgebreide warming-up. In de winter doen de spieren er langer over om warm te worden (wat natuurlijk logisch is). Als je je paard te snel intensief laat bewegen, is de kans op blessures groter. En dat wil je natuurlijk niet. Aan het eind van de rit is het ook belangrijk om lang(er) uit te stappen. Vooral bij paarden met een dikke wintervacht kan het lang duren tot de spieren weer zijn afgekoeld.

IJs onder de hoeven

Paarden en pony’s met hoefijzers hebben snel last van sneeuw- of ijsklompen onder de hoeven. Dit is natuurlijk erg vervelend, maar ook gevaarlijk. Het is daarom belangrijk om op tijd de hoefijzers te vervangen door speciaal sneeuwbeslag of om de ijzers er tijdelijk helemaal af te halen. Ook paarden met hoefproblemen of afwijkend gevormde hoeven kunnen hier sneller last van krijgen. Een (tijdelijke) oplossing kan zijn om de (uitgekrabde) hoeven in te smeren met een laag hoefvet. Daarnaast is gladheid ook een risico. Om te voorkomen dat je paard uitglijdt (in de wei of tijdens het rijden) kan de hoefsmid gaten in de ijzers boren, zodat je hier ijskalkoenen in kan draaien.

Warm, warmer, warmst

Als ruiter kan je je het best zo warm mogelijk aankleden, met veel verschillende laagjes. Vooral als je buiten bezig moet is dit zeker aan te raden. Vergeet dan ook handschoenen, muts en sjaal niet. Als je gaat rijden kan je altijd nog een laagje uitdoen, zodat je het niet te warm krijgt. Maar: beter te warm aangekleed, dan te koud!

Zichtbaarheid

Ga je op buitenrit? In de winter wordt het ’s avonds al snel donker, zorg er daarom voor dat je niet te laat vertrekt. Laat anderen ook weten dat je op buitenrit gaat. Zorg dat je goed zichtbaar bent, dus trek een reflecterend hesje aan. Ook je paard kan je zichtbaarder maken, door een reflecterend dekje of peesbeschermers te gebruiken.

Tekst: Lydia Hagen voor Manegeruiter

Foto’s: Pixabay