Wil jij wel een sprongetje wagen?

Dressuur is vaak de meest gekozen discipline bij maneges. Maar misschien ben jij wel een echte springruiter in de dop? De eerste indruk geeft meestal de doorslag, net als de keuze die ouders maken voor hun kind. Springen wordt al snel als minder veilig gezien. Ook de keuze van bevriende ruitertjes kan van invloed zijn.

Durf en plezier

Kiezen voor de springsport is dat er vooral veel plezier aan moet worden beleefd en dat bereik je het snelst spelenderwijs, vooral bij jonge kinderen. Zonder plezier kom je nergens. Heel eenvoudige parcoursjes (fout of goed gereden) zijn nog niet belangrijk want als er met plezier wordt gereden, komt het goede rijden vanzelf. Omdat er ook de nodige gevaren op de loer liggen, is zelfvertrouwen krijgen door een goede begeleiding uiteraard heel belangrijk. Angst zorgt er al snel voor dat springen vervangen wordt door (bijvoorbeeld) dressuur.

Durf

Durf moet je opbouwen en het is wel fijn als je niet bang bent aangelegd. Behalve goede instructie is de pony of het paard waarop je leert springen minstens zo belangrijk, misschien nog wel belangrijker.  Een jonge pony of paard, dat plotseling het tempo versnelt en de ruiter angstig maakt, springt nog wel eens langs een hindernis. Die zijn dus niet echt geschikt voor beginners. Een zelfverzekerde ruiter kan weer onzeker worden.

Jongens en meisjes

Bij de meeste maneges krijg je al snel het idee dat jongens in de minderheid zijn, behalve dan bij een springwedstrijd. Vind je dat vreemd? Niet echt, want jongens zijn vaak meer op winst uit en hebben over het algemeen wat meer durf. Meisjes vinden winnen iets minder belangrijk en zijn ook voorzichtiger en een beetje sneller bang. De klik met de pony (bij een wedstrijd) vinden zij minstens zo belangrijk of nog belangrijker. Misschien zien we hierdoor minder vrouwelijke springruiters. Als je het als meisje aandurft om voor springen te kiezen, is dat natuurlijk wél stoer!

Jong beginnen

Kinderen al vroeg enthousiast maken, geeft een grotere kans dat ze doorgaan in de paardensport. Jong beginnen met springen betekent wel dat het ruitertje zelfverzekerd moet zijn en in draf kan lichtrijden zonder de pony te hinderen. Ook in galop moeten de bewegingen gevolgd kunnen worden. Over balkjes draven die op de grond liggen met een hindernisje daarna is een mogelijkheid. Dan kan daarachter een tweede hindernisje worden gezet. Afwisseling zorgt voor uitdaging en spelenderwijs kan een klein parcours worden geprobeerd. Lukt dat best goed, dan krijg je al een beetje een indruk of springen de goede keuze is. Is er een vooruitgang, óók in de ogen van het kind, dan is de keuze om ermee verder te gaan snel gemaakt.

Groepsles

Springles wordt op de meeste maneges op manegepony’s of -paarden gegeven. De begeleiding moet goed zijn, waarbij het opbouwen van vertrouwen het belangrijkst blijft. Aan de techniek worden er vrij snel hogere eisen gesteld. Een groepsles werkt dan vaak positief om een doel te bereiken. Het is ook leuker en vooral leerzaam om te zien hoe anderen (kleine) problemen oplossen. Leren van de instructeur is belangrijk maar zeker nét zo belangrijk is het leren van elkaar!

Resultaat

Mooi meegenomen als je niet snel tevreden bent en bovendien een sterke wil hebt. De wil om te winnen kan vaak voor succes zorgen. Het moet echter niet zó ver gaan dat er niet met een slecht resultaat kan worden omgegaan. Tegen je verlies kunnen is dus ook heel belangrijk. Tevreden zijn, nadenken over wat nog te verbeteren is én het resultaat accepteren, zorgen voor een toekomst als goede en blije springruiter, want springen is gewoon tof!

Tekst: Manegeruiter/Hoefslag

Foto: Pexels