Dressuuramazone Nynke Herik over de slangenvolte

De slangenvolte is een oefening die je zelf zo uitdagend mogelijk kan maken: hoe meer bochten, hoe meer uitdaging. In dit artikel geeft dressuuramazone Nynke Herik (16) tips voor het rijden van de slangenvolte. “Bij veel jonge paarden zit er nog geen ‘stuur’ op en dan is het rijden van de bochten erg moeilijk.”

Nynke Herik

Nynke Herik heeft zelf twee dressuurpaarden. “Hamilton is een 5-jarige schimmel Trakehner ruin (v. Herakles x Caprimond). Hij is een erg werkwillig paard en wil alles voor je doen. Ik start nu met hem in het L2 en in drie wedstrijden hadden we de punten voor het M1 ook al binnen. Ook heb ik nog de gave 3-jarige zwarte KWPN hengst Nadal op stal staan (Glamourdale x Negro). Met Nadal doen we nog rustig aan omdat hij nog heel jong is. Het zijn beide hele lieve paarden.”

Slangenvolte

Nynke legt uit: “Een slangenvolte is een paar halve voltes verbonden met een rechte lijn in het midden. Je kunt ze rijden met 3, 4 of zelfs 5 bogen; hoe meer bogen hoe meer uitdaging natuurlijk. Het is belangrijk dat je de bogen goed verdeeld zodat elke boog even groot is. Het moeilijke van een slangenvolte kan in veel dingen zitten: je moet proberen om de bochten (dus de halve voltes) met goede stelling en buiging in te rijden, je moet de bochten goed verdelen zodat ze allemaal even groot zijn en de omstelling van de ene naar de andere wending moet goed verlopen.”

Training

Nynke neemt de slangenvolte in bij iedere training mee. “Bij wat meer ervaren paarden gebruik ik het als warming-up, om de spieren goed los te maken. Bij jongere paarden neem ik ze vaak mee in de training als een echt trainingsonderdeel. Bij veel jonge paarden zit er nog geen ‘stuur’ op en dan is het rijden van de bochten erg moeilijk. Door een slangenvolte mee te nemen in mijn trainingen leer ik ze om goede stelling en buiging aan te nemen en om zijn balans te vinden om de bochten te maken. Als ik een slangenvolte aanleer begin ik vaak in stap en dan breid ik dat later uit naar de draf. En als extra oefening maak ik overgangen op de rechte stukken van de slangenvolte (na de bocht op de middenlijn).”

Veelgemaakte fouten

“Het zijn vaak dezelfde fouten die gemaakt worden: als je een slangenvolte rijdt terwijl je aan het lichtrijden bent moet je op de A-C lijn van been wisselen. Dit vergeten sommige ruiters. Ook moet je tussen de bochten op de middenlijn een ‘paardlengte’ rechtuit gaan voordat je omstelt naar de andere stelling en buiging. Een andere fout die ik nog vaak zie is dat niet alle bochten even groot zijn. Dit is vaak een kwestie van veel trainen, dan gaat het steeds beter.”

Tips van Nynke

Ten slotte heeft Nynke nog een aantal tips. “Probeer ten eerste alle bochten even groot te maken. Probeer je paard daarnaast op de middenlijn recht te stellen en vraag niet te vroeg om stelling en buiging. De slangenvolte begint bij A en eindigt bij C. Zorg ervoor dat je in de slangenvolte zelf de hoeken afsnijdt, maar dat je ervoor en erna wel de hoek ingaat. Als je gaat lichtrijden, vergeet dan niet op de A/C-lijn van been te wisselen. En als laatste: zorg dat je in de bochten of voltes niet te veel aan je binnenteugel zit en zorg voor een elastische druk bij de buitenteugel. Dit om te voorkomen dat het paard achter de loodlijn of onregelmatig gaat lopen.”

Tekst: Lydia Hagen voor Manegeruiter

Foto’s: Nynke Herik (privébezit)